Van bril naar behandeling: wat myopie ons leert over lui oog

Vorig jaar werden in Europa voor het eerst oogdruppels goedgekeurd die bijziendheid (myopie) bij kinderen afremmen. Samen met speciale brillenglazen en lenzen laat dat zien hoe snel de kinderoogzorg kan veranderen. Waar een kind vroeger een bril kreeg en daarmee klaar was, krijgt het nu steeds vaker een behandeling, met controles over meerdere jaren.
Bij lui oog is dat anders. De behandeling is al tientallen jaren dezelfde: het goede oog afplakken, vaak minstens twee uur per dag. Dat werkt, als het kind de pleister draagt. Maar iedere orthoptist kent de verhalen van ouders aan de keukentafel, en metingen laten zien dat kinderen gemiddeld ongeveer de helft van de voorgeschreven uren halen.
Wat kunnen we leren van myopie?
Drie dingen vallen me op. Een nieuwe behandeling wordt natuurlijk pas geïntroduceerd als het bewijs er is. Het moet vooral thuis goed vol te houden zijn en gebruikersvriendelijk, voor kind en ouders. En het moet passen in het werk van de praktijk: tijd is daar altijd de beperkende factor, dus een behandeling moet makkelijk te begeleiden zijn en mag geen extra beroep doen op de behandelaar.
Dat is precies waar we bij Vedea aan werken. Onze eerste gerandomiseerde studie, in het Oogziekenhuis Rotterdam, liet zien dat kinderen met onze games evenveel vooruitgingen als met afplakken, zonder ernstige bijwerkingen. We leerden ook veel over hoe kinderen thuis spelen, en die lessen zitten in de versie die we in een vervolgstudie met meerdere ziekenhuizen gaan testen.
In de Verenigde Staten zijn inmiddels twee digitale behandelingen voor lui oog toegelaten. In Europa is het speelveld nog open. Ik ben ervan overtuigd dat lui oog de volgende stap wordt in de kinderoogzorg, en ik spreek daar graag over met iedereen die daaraan wil bijdragen.
/Daniel Jansen - founder






